Venster op de wereld


Er zijn heel veel manieren om het uit te drukken , hoe je naar de wereld kijkt, een denkraam is daar een mooie van. Deze Toonderiaanse uitdrukking past goed bij mij. Het denkraam is hierin nu niet het filosofische gedachtegoed maar een daadwerkelijk raam. Een venster op de wereld kan ik wel zeggen. Ik kijk vanuit mijn huis door een groot raam naar buiten en zie de wereld voorbij komen maar kijk ook ver weg door de ontwikkeling van de horizon die al gauw een eeuw van verschil aantikt. Het is best bijzonder als ik ga zitten, rondkijk en de geschiedenis van het gebied bekijk, beschrijf of voorbij zie komen. Ik zie mensen van tal van nationaliteiten langskomen met allemaal hun achtergrond in een stam van volkeren die de wereld bevolken. 

Mijn raam toont de hele dag door verrassingen, auto’s met knipperlichten op het dak, stepjes die voorbij razen met jonge durfals als bestuurder en alles wat daar tussenin past. Het kruispunt van wegen en modaliteiten die elkaar daar ontmoeten maken de dag als een film die van vroeg tot laat levendigheid brengt. Levendigheid die in die honderd jaar telkens weer verandert, het verschil maakt tussen de honderd jaar van ontwikkeling. Het paard en wagen dat geflankeerd werd door de opkomst van de auto maakte de dagelijkse film tot een surrealistisch landschap. Het paard en wagen liet zich niet wegpoetsen uit het gebied waar kleinschaligheid van ondernemers de buurt levendigheid bracht. 

De melkman die met zijn paard en wagen nog maar slechts tien jaar is verdwenen is de laatste der mohicanen en die de groenteman, de slager en kapper ruim heeft overleefd. Honderd jaar van leven en beleven heeft zich getekend in het gebied.  De kleine winkelier is langzaam getransformeerd, een muziekwinkel, sportzaak, wereldwinkel of galerie zijn neergestreken waarbij alleen de laatste overleeft.  Het venster op de wereld wordt mooi uitgebeeld door de galerie die in glas laat zien hoe anders je naar het materiaal je kan kijken en er mee kan verbeelden. Het venster en kozijn zijn als een huwelijk, ze vormen het hart dat samenvloeit. De gevels, daklijnen en kleuren op het steen tonen een werkelijkheid die tot de verbeelding spreekt.  

Het plein wat de ruimte vormt als een donk in het hart van het gebied  is getuige van de verandering, verandering in stilstand waarbij de horizon  in gevels de verandering weergeeft, de dakkapel  gebouwd uit nieuwe materialen met de hoogbouw aan de einder  vormen het contrast van de jaren van verandering, van de drukte van de mens die haar horizon heeft verlegd. Benauwde of benepen gedachten vormen de buren die generaties naast elkaar hebben  geleefd. Gevormd door de zuilen die elkaar bevochten om het hoogste goed wat zij zelf de ander graag oplegden. Niets is meer wat het is en of het vroeger wel was wat het moest zijn blijft ook maar de vraag. De nieuwe zuilen bestaan uit auto’s, elektrische fietsen en voertuigen die niet eens meer zijn te benoemen.

Het is een dorp dat de donk ontgroeid is en waarvan  de identiteit is verloren. Parkeerplaatsen verdringen de ruimte  waar fietsers en voetgangers zich nu doorheen bewegen, waar in een symbiose van de nieuwe werkelijkheid geen concurrentie wordt gevoeld. Toch is de druk van jaren wel de grens geworden en heeft de weg zich gesloten om de haast te ontnemen. Het onthaasten brengt de ruimte weer terug naar een eeuw eerder, waar de haast zich anders manifesteert en men rennend  en springend hun weg vond naar kerk, school, werk en winkel.  De haast op zondag was niet gepast en ook de winkel was niet geopend, wie daaraan ontsnappen wilde, nam de wijk naar buiten waar de anonimiteit gewaarborgd was.

Het plein, de laan, de straat of het parkje is wat mijn raam te bieden heeft. De mens blijft daarin zijn rol spelen vanuit het eigen perspectief waar de jaren gaan spreken en het woord verandert van toon. De filosoof met zijn denkraam verandert niet, hij of zij ziet de mens als jonge vogels in het nest die het hardst blijven schreeuwen om aandacht en voedsel. Niets is wat het lijkt. Het raam waardoor ik kijk biedt de mogelijkheid om ongegeneerd te kijken naar de volkeren, de stammen die komen en gaan. Ik ben eigenlijk de voorbijganger en de mens staat stil, stil bij het leven , stil vanuit hun eigen denkraam die ik zie in de gevels langs lanen en wegen op het plein met de donk.



Een reactie posten

0 Reacties