Het visserslatijn van de Olympus


Het was verwondering, of het dat is, want wat is heden en verleden, denk ik dan maar anders dan voor mij een schrijftijd. De verwondering was er vooral omdat ik een volwassene een vraag hoorde stellen waarvan ik dacht dat  een volwassen mens automatisch de cycli van tijd zou kennen. Het kwam eigenlijk omdat ik een Latijnsboek kocht die al maanden door mij was afgeschreven maar toch ineens opdook. Nou vooruit dacht ik, die nemen we dan gewoon mee. Wie is er tegenwoordig nog met Latijn bezig, toch. Ik was gewend om die taal toe te passen bij rekenkameronderzoek , een prachtige spreuk en dat was het dan.

Natuurlijk is Latijn door ons hele taalgebied verweven, al was het maar visserslatijn, maar er bewust van zijn herkende ik al een langere tijd. Geen gebruik van deze dode taal was een soort vaststaand feit. Toch is het voor mij nog steeds een gebruikelijk gegeven dat we het toepassen. Het Latijn brengt mij altijd al gauw naar de Romeinen en Grieken. Oude volkeren die vanuit hun kennis, goden en gewoonten ons nog dagelijks beïnvloeden, zoals ook het vissers Latijn. Het was de olympus die ter sprake kwam nav de moderne spelen die nu weer terug waren in het land van de Romeinen. De Olympische Winterspelen. 

Het was de cyclus die mij deed verwonderen door de uitspraak van een volwassene die zich afvroeg of de spelen cyclisch eens in het jaar plaatsvonden.  Ik reageerde niet en keek quasi onverschillig rond om te horen hoe de andere volwassene wel door had dat dit eens in de vier jaar was. Het gesprek nam de meest fraaie wendingen die mij vooral op nieuwe gedachten bracht. Nadat ik het Latijnse boek ook afgerekend had, vertrok ik met een nieuw denkraam de wereld in. Hoezo zouden mensen niet weten dat zoiets elke vier jaar er is of waarom zouden ze totaal niet geïnteresseerd zijn in wat er in de wereld gebeurt. 

Met tal van nieuwe gedachten alsof mensen als een mol onder grond leven en af en toe opduiken of juist als geheel vrij mens, vrij van enige gedachte aan het wereldtoneel, een eigen weg zouden gaan, bleef ik mijmeren. Het had mij dus goed gedaan, deze verwondering, toch bleef de gedachte aan enig collectivisme mij bezighouden. Ik dacht aan jaargetijden, planeetstanden die ons toch allemaal beïnvloeden al is het maar door bijvoorbeeld belasting die we met ons meedragen of moeten betalen. Te simpel dacht ik. Olympische spelen is toch iets waar we vier jaar mee bezig zijn of over leuteren, het is net zoiets als verkiezingen want die komen nu ook weer.

Verkiezingen vergelijken met olympische spelen is natuurlijk iets van appelen en peren maar of want,  er zit wel een stuk overeenkomst in. Er mag geen politiek bedreven worden tijdens de Olympische Spelen maar landen die in oorlog zijn, of de agressor, mogen niet meedoen met zijn sporters. Maar als je dan verder gaat analyseren blijft er steeds vaker de vraag over wie dan wel mee mag doen. In Nederland zijn het nu lokale verkiezingen die dan ook niet te vergelijken zijn met sport alhoewel lokale politiek soms een vreemd soort sport is of een wedstrijd ver plassen. Het is een sport om niet te vroeg te pieken want dan win je niet. 

Winnen in de politiek is iets raars, zeker op lokaal niveau. Want is de winnaar ook de baas of is het net als in de sport waar de officials en de jury’s bepalen wat er gebeurt. Ik zat een wedstrijd te bekijken waar de sprong door de sneeuw perfect ging maar waar de jury toch met een puntentotaal beoordeelde dat het goed was voor een tweede plaats. Het zal wel, dacht ik. Ik dacht aan de politieke meerderheid in een raad die perfect bepaalt wat de uitslag van de stemming is, maar waar in een andere vergadering bepaald werd door een numerieke meerderheid dat het daar niet zou aankomen. Het gaf een geweldig gevoel om die vergelijking te zien, want de kracht van een sporter die eerste wordt is die van de politicus die zich in bochten wurmt om zijn doel van de winst binnen te halen. 

Toch zag ik ook de sporters die wonnen maar niet het hoogste doel hadden gehaald, goud, maar niet beseften dat al die anderen verloren hadden. Mijn ervaring in de politiek, waar de uiteindelijke uitslag wel vertaald wordt in winst en verlies en een samenwerking oplevert, een stuk  saamhorigheid en gelijkwaardigheid oplevert, dat doet mij goed. Iedereen is de winnaar , de politicus, de stemmer, de mensen die het werk moeten doen en zelfs de niet stemmer want die merkt alleen maar dat er ook voor hen gewerkt wordt. De mol zal het niet zien maar als die gewoon zijn gangen mag graven en niet opgejaagd wordt dan is er iets moois gaande. 

De Olympische Spelen worden gedragen door vrijwilligers, sporters en graaiers die er hun winst uit willen halen. Ik verwonder mij graag over de graaiers, de vrije mensen en allen die zeggen dat de ander niet mee mag doen, ik train maar vast voor de komende vier jaar ook al ben ik bijna weer aan de beurt om te zien of ik zilver, brons of goud heb. Meedoen is belangrijker dan winnen ( nou ja ), maar ook na de winst doe ik graag mee. cogito, ergo sum.



Een reactie posten

0 Reacties